Tribuut aan de coverband

Fout imago en andere vooroordelen ten spijt zijn coverbands mateloos populair bij het grote publiek. Optredens zijn een feest der herkenning. Zaterdag is in Paradiso de finale van The Clash of the Coverbands, een titelstrijd om de beste coverband van Nederland.

© Hans van Vinkeveen


De band noemt het een avond naar een 'too hot to handle punt' brengen. De formule: rijg succesnummers als een TGV zonder tussenstop aaneen. Jaren tachtig disco, een funky Abbamedley, het hakkende Free your mind van En Vogue, up tempo naar een climax: Shackles van Mary Mary, zo'n nummer waarbij er drumstokken sneuvelen.
Voor de Amsterdamse coverband Too Hot To Handle is een rustig nummer nog heel wild. Het maakt niet uit waar de band speelt. Het doel staat vast: het dak moet eraf. Een avond is pas geslaagd als de hele zaal zich in het zweet danst.
Publiek bespeel je.
'Je kunt het repertoire als een verplicht nummertje afwerken', zegt Isabella Proszkowski, drummer en tevens oprichter van Too Hot To Handle. 'Je kunt ook uitstralen dat je het instrument opeet. Daarvan worden mensen gek waardoor wij gekker worden.' Die 'filosofie' drukt de bandnaam ook uit. Aan Too Hot To Handle brand je de vingers, maar dan in positieve zin.
Dat Proszkowski twaalf jaar geleden een coverband begon was min of meer toeval. Het was vlak voor Internationale Vrouwendag. Of ze niet met een meidenband kon komen optreden? Er was alleen tijd om covers in te studeren. Bij coveren is het gebleven, ook nu de band tot de landelijke covertop behoort. Er is weinig keus, wil je met het maken van popmuziek je brood verdienen. Het circuit van biertenten en bedrijf- en huwelijksfeesten is vele malen groter dan dat van poppodia. Daar zit ook het meeste geld. Bandleden van topcoverbands behoren tot de best betaalde muzikanten in de popscene.

Is de erkenning van het publiek groot, voor de rest zijn coverbands de verschoppelingen van de popscene: de popmedia, platenmaatschappijen en muziekproducers. Vooroordelen te over. Coverbands zijn naspeelbands die hits herkauwen. Ze gebruiken de reputatie van een ander om roem te verwerven. En dat sommige coverbands zich als een 'levende jukebox' in dienst stellen van het publiek, draagt ook niet bij tot hun status.
Met zulke verwijten hoef je bij Too Hot To Handle niet aan te komen. Er worden geen verzoeknummers gespeeld, er wordt helemaal niets nagespeeld. Proszkowski: 'Welk nummer we ook brengen, er gaat altijd een Toohot-sausje overheen. Dat is het leukst aan coveren: je kunt van een hit je eigen ding maken.'
Natuurlijk zouden ze ook eigen werk willen uitbrengen. Welke coverband droomt hier niet van? Er liggen genoeg eigen nummers in de koelkast. En ze 'bulken' van de ambitie. 'We willen bewijzen dat je met een 'stomme coverband' kan doorbreken bij het grote publiek.' Maar zie het werk maar eens aan de man te brengen.
Het dédain voor coverbands is in de popscene groot. Dat viel ook bandmanager Lucille Ellinger op tijdens de cursus artiestenmanagement aan de Tilburgse rockacademie. 'Dat zit zo in die koppen van de platenmaatschappijen: het is een coverband, dus is het niks.' Ze lopen volgens Ellinger met oogkleppen op. 'Het enige wat ze doen is jonkies contracteren, want die kunnen ze tot een bepaalde act kneden. Op dertigers en ouder wordt neergekeken. Terwijl bands als de onze zalen plat spelen.'

Op de naam 'coverband' rust onmiskenbaar een smet. Het heersend beeld is dat van een bij elkaar geraapt zooitje amateurmuzikanten dat met een versterker voor honderd euro een bruiloft opleukt. Dat stempel van ambitieloos hobbyisme klopt voor een deel. Van veel coverbands reikt de ambitie niet verder dan het buurtcentrum en wereldroem in het eigen dorp.
Maar het imago van knulligheid en amateurisme doet de werkelijkheid geen recht. Coverbands komen eigenlijk maar in één ding overeen: ze recyclen hits. Verder is er in coverland een enorme verscheidenheid in muzikale kwaliteit, repertoire en ambitieniveau.
Insiders in het circuit schatten het totaal aan coverbands in Nederland op minstens vijfduizend. Ellenlang zijn de rijen bandnamen op speciale internetstartpagina's. Merkwaardig genoeg heeft het merendeel zijn roots in provinciesteden en afgelegen dorpjes als Dinxperlo en Zelhem. Daar, op het platteland en in de provincie, vinden ook de meeste optredens plaats. Dikwijls in reusachtige muziekhallen voor een duizendkoppig publiek. In de grote steden leeft de covercultuur niet en is de situatie vrij hopeloos. Veel poppodia kennen een coverbandverbod.
Uiteindelijk is het publiek de graadmeter. Dat wordt gelokt met de ingrediënten gezelligheid en nostalgie. Optredens van coverbands zijn een feest der herkenning met een hoog meezinggehalte. Hits nemen de bezoekers mee op een reis terug in de tijd. Met onderweg zoete herinneringen aan een eerste verliefdheid of onvergetelijke zomer.
Een laatste trend in coverland is differentiatie. Omdat de concurrentie zo groot is, gaan bands zich toeleggen op een bepaald thema of concept. Ze specialiseren zich in rock 'n' roll, nederpop (zeer gewild) of soul. Tributebands leggen zich toe op nummers van een bewonderde artiest of band. Ook hiervan zijn er in Nederland inmiddels tientallen. De Sticky Fingers zijn een ode aan de Rolling Stones, Ziggy Stardust aan David Bowie, Imitallica aan Metallica.
De tributeband is nog niet massaal door het publiek omarmd, maar dit lijkt slechts een kwestie van tijd. De toenemende populariteit van sixtiesfestivals en andere revivals berust op het ouder worden van de popliefhebber. Die van het eerste uur hebben inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. De behoefte aan retrostijlen en revivals zal in de toekomst alleen maar toenemen.

Zanger Leon van de Laar van de Joe Cover Band werd laatst door twee pubers beleefd gecomplimenteerd met: 'Geweldig gezongen, meneer.' Zulk jong publiek is uitzonderlijk. Al zijn er nog geen rollators tijdens de optredens gesignaleerd, de gemiddelde leeftijd is aan de hoge kant. Veel bezoekers zijn fan van de blanke blueszanger. Ze komen naar een gecoverde Cockershow om 'mee te blèren'. Een optreden van de Joe Cover Band biedt vooral een mooie gelegenheid om de ster, althans zijn imitator, dichtbij in een buurtzaaltje te bewonderen. De superster zelf geeft immers maar spaarzaam een concert in ons land.
Van de Laars stem lijkt van nature op die van Joe Cocker. Uit bewondering begon hij een tributeband, waarvan hij de eerste bandleden uit de plaatselijke harmonie en het zangkoor recruteerde. Aan de afkorting J.C. hecht hij geen verlosserachtige betekenis, maar zijn idool is Cocker zeker. Meer als honderd keer zong hij succesnummers als The Letter. Met evenveel plezier wordt het voor de honderd zoveelste keer ingezet.
Een goede tributeband lijkt qua sound en performance op het origineel. Dat behoort tot het concept: nadoen van een wereldster. Anders is de herkenning er niet. De gelijkenis moet je vooral horen. Dat als je de ogen dichtdoet het net Cocker himself is die zingt. Een mooier compliment bestaat er niet voor Van de Laar. Toegegeven, de 'beweginkjes' van zijn idool imiteert hij ook. Die horen immers tot zijn act. Cocker stond vroeger bekend om zijn nogal ongewone bühnepresentatie. Hij trok vreemde grimassen met zijn gezicht, zwabberde ongecontroleerd met zijn armen en maakte spastische bewegingen van zijn lichaam.
Zo trekt elke tributeband zijn eigen grenzen van copieergedrag. Het verst hierin gaan de lookalike- of kloonbands. Dit zijn bands die ook een uiterlijke copie van hun idool zijn. Een voorbeeld is SIKK. Zij staan net als hun voorbeeld de Amerikaanse hardrockband KISS volledig geschminkt en tongen lebberend op het podium.

Mateloos populair bij het publiek enerzijds, van de andere kant het ondergeschoven kindje van muziekindustrie en media. Het is een scheef beeld. De laatste tijd zijn er echter tekenen van een eerherstel van de coverband. Zo wordt het coveren van andermans werk meer geaccepteerd. Dat was tot voor kort alleen voorbehouden aan gearriveerde artiesten. Nu gebeurt het nadoen publiekelijk in door miljoenen bekeken televisieprogramma's als Soundmixshow en Idols. Coveren is zelfs een manier om door te breken. Denk aan megasterren als Marco Borsato en Gerard Joling.
Zet gewone mensen op een podium en ze blijken, na wat schaafwerk, een show te kunnen geven. Dat is hét artistieke principe van Idolstijdperk. De ster is van status veranderd. Sterrendom ligt binnen ieders bereik. Het heeft een hoog ik-zou-het-ook-kunnen-zijn-gehalte. Met zulke artiesten identificeert het grote publiek zich makkelijk. Een dergelijk artistiek klimaat is gunstig voor coverbands die willen doorbreken. Podiumervaring is er zat en ze vallen in de smaak bij de massa.
Dat er veel talent zit in het covercircuit is ook de gedachte achter The Clash of the Coverbands. Het is een competitie tussen de betere coverbands waarvan het afgelopen jaar de eerste editie is gestart. Negen finalisten, waaronder Too Hot To Handle en de Joe Cover Band, strijden om de titel 'beste coverband van Nederland'. Tijdens de competitie staan de coverbands op poppodia waardoor ze normaal worden geweerd. Het motto van de 'Clash' is 'The only road to Paradiso'. Die weg leek aanvankelijk geblokkeerd. De bekende poptempel zegt 'in principe' nee tegen coverbands. De organisator van de 'Clash' trok Paradiso met een uitdagende stelling over de streep: covers spelen is moeilijker dan eigen werk. 'Een covermuzikant stuit constant op zijn beperkingen. Met het spelen van andermans werk vergt hij van zichzelf iets dat boven zijn niveau ligt. Als het hem dan lukt boven zijn macht te grijpen met een perfecte cover, is de prestatie des te groter.'


The Clash of the  Coverbands
Op zaterdag 22 januari 2005 vindt de finale plaats van de eerste editie van 'The Clash of the Coverbands'. Een jaar lang streden in totaal 144 coverbands uit heel Nederland voor een finaleplaats: een optreden in de Amsterdamse poptempel Paradiso. De negen finalisten gaan uitmaken wie de beste coverband van het Nederland is.
De finalisten zijn Haze uit Zelhem (pop/rock), Milestoon & Friends uit Eindhoven (pop/rock), Roy & the Rodjers uit Utrecht (pop/rock), Chiara uit Wierden (soul/funk), Fake No More uit Dinxperlo (tribute Faith No More), Joe Cover Band uit De Mortel (tribute Joe Cocker), Crystal Dream uit Varsseveld (pop/rock), Too Hot To Handle uit Amsterdam (R&B/pop) en de Full Minties uit Groningen (sixties/rock'n roll).
Een vakjury beoordeelt de bands op individuele techniek, samenspel, presentatie, beleving en entertainmentgehalte.

All time greatest covers
Ruim honderd coverbands stuurden hun lijstje met de tijdens optredens meest gespeelde pophits. Volgens kenners van het covercircuit zijn dit al jarenlang dezelfde vaste krakers, waaronder opvallend veel soulnummers. Toch zijn er ook nieuwe binnenkomers. Robbie Williams werd verrassend winnaar met een nummer, waarvan de titel de strijdkreet zou kunnen zijn van alle coverbands.
1. Let me entertain you - Robbie Williams
2. Proud Mary - Ike & Tina Turner
3. Paradise by the dashboardlight - Meatloaf
4. Relight my fire - Dan Hartman
5. I will survive - Gloria Gaynor
6. Dansen op een vulkaan - De Dijk
7. Long Train Runnin'- The Doobie Brothers
8. Dancing Queen/Waterloo - Abba
9. Stil in mij - Van Dik Hout
10. Nobody's wife - Anouk

Hans van Vinkeveen

 

terug