Niet confronteren maar masseren

De laatste masterclass in het kader van het Studium Generale van de ASG gaat over straatcultuur. Spreker Hans Kaldenbach adviseert het gedrag van straatjongeren te begrijpen en vervolgens af te leren. Geef altijd een eervolle uitweg.

Hans van Vinkeveen


'Tapi movo, hou je mond!' Monique Beeker en Kim Goudriaan, leerkrachten van De Watertuin, spreken het inmiddels zelf bijna: straattaal. Ook andere uitingen van straatcultuur zijn hun vertrouwd. Leerlingen met een tot op de billen afgezakte broek, het aparte lopen met een hinkje ertussen. Ja, helaas ook de minder leuke kanten. Goudriaan: 'Ze kunnen agressief zijn en respectloos reageren. "Eeeeeee, laat me jongen, ik doe toch niks fout." Beeker: 'Ze willen aanzien hebben en constant hun zin doordrukken.' Straatjongeren willen altijd winnen, heeft Femke Ganzeman, leraar van Caleidoscoop, gemerkt. 'Doen ze iets fout dan gaan ze in de verdediging of ze wijzen naar een ander. Je moet ook kunnen lullen als Brugman om iets recht te praten.'

Correctie
Of we het leuk vinden of niet, de straatcultuur dringt bijna onstuitbaar de school binnen. Hoe moet je hiermee als leerkracht omgaan? Tijdens de laatste masterclass van de ASG Academie probeert Hans Kaldenbach handvatten aan te reiken. Hij is oud-onderwijzer, lector aan de Hogeschool Utrecht en auteur van diverse boeken over hangjongeren. Kaldenbach somt een aantal voorbeelden op van negatieve oordelen over het gedrag van straatjongeren. Zo geven zij nooit toe dat ze iets fout gedaan hebben. Een correctie vinden zij een ontoelaatbare inbreuk op hun ego. Ze zeggen meteen dat je discrimineert. En ze stralen uit dat ze makkelijk geweld gebruiken.

Judoaanpak
Zulk gedrag moet je proberen te begrijpen, maar dat is niet hetzelfde als begrip kweken, benadrukt Kaldenbach met klem. We hebben het hier over ontoelaatbaar gedrag dat uiteindelijk via correcties moet worden afgeleerd. Dat kan volgens hem op twee manieren effectief. Via een confronterende 'karateaanpak': je wilt ander gedrag niet en stelt die eis. Nadeel is dat je hiervoor sterk moet zijn of macht hebben. Vruchtbaarder op scholen is de eerreddende 'judoaanpak'. Hierbij hou je rekening met de gevoelens van de ander. Het komt globaal neer op contact leggen, een beetje meegeven en een eervolle uitweg bieden. Zo stel je voor ergens anders te praten. Je zegt niet: ik wil je wat zeggen. Maar: ik wil je wat vragen. Effectief is ook de jongere in de positie van helper te brengen.

Masseren
Ben Slats, leerkracht bij het Taalcentrum, vond de masterclass verhelderend. Hij gaat de judotruc - 'eerst masseren dan toeslaan' - zeker uittesten. Slats herinnert zich situaties waarvan hij zich achteraf afvraagt of hij het niet anders had moeten aanpakken. 'Een jongen had putta di madre in het boek van een ander geschreven. Hij bleef ontkennen, maar ik wist niet hoe de irritatie om te zetten. Nu zou ik zeggen: "Als je de volgende keer je pen uitprobeert, doe het dan op je eigen blaadje." Dan heb je de lachers op de hand en is het probleem getackeld.' Ook op de langere termijn sorteert deze benadering volgens Slats meer effect dan confrontaties. 'Er zit een element in van voor vol aanzien. Ik respecteer je, maar heb nu wel even last van je.'

Duidelijkheid
De masterclass heeft Kim Goudriaan bewuster gemaakt van wat ze al deed. Het is volgens haar het allerbelangrijkst dat je het vertrouwen wint van de jongeren. 'Je laat eerst zien dat je meeleeft en daarna corrigeer je pas. Je zegt niet: Dat mag je niet doen. Maar: Je zou het misschien anders kunnen doen.' Ook Monique Beeker is bevestigd in wat ze al dacht. 'Je houdt de straatcultuur niet tegen, maar kunt wel dingen afdwingen en grenzen stellen. Belangrijk is dat je duidelijk aangeeft wat de grenzen zijn. Zo willen wij in de klas alleen Nederlands horen.' Wat ook volgens beide leraren werkt, is dat je de straatcultuur in de lessen integreert: het bedenken van positieve graffitileuzen, een taalverhaal met Surinaamse woorden.

Kaders
Omgaan met straatcultuur veronderstelt kortom dat je buiten je eigen kaders kunt denken. Je stelt steeds vast met wat voor leerling je te maken hebt en op welke manier je hem benadert. Is dit nog wel doenlijk voor een leerkracht? Femke Ganzeman: 'Het vergt veel van een docent. Maar er is geen andere manier, zeker niet voor iemand van mijn postuur, waardoor ze je blijven respecteren en er geen vertrouwensbreuk komt.' Volgens Gerda de Wit, leerkracht van De Meergronden en bijna dertig jaar in het onderwijs, hoort het bij het vak dat je kunt aanvoelen met wat voor leerling je te maken hebt. 'De een pak je zo aan, de ander zo, het is steeds laveren. Daarvoor moet je constant alert en creatief zijn.' Overigens moet het probleem volgens haar niet groter worden gemaakt. 'Ook bij straatjongeren gaat het erom dat je lessen interessant zijn en je ze weet te pakken.' Ze blijft positief. 'Al die verschillende jongeren, dat is toch de sjeu van het onderwijs.'

Hans van Vinkeveen


terug