'Ik houd de maatschappij buiten de kleedkamer'

Hij noemt zich de 'onderste' in dienst van de club. Sjaak Wolfs is materiaalman van Ajax. Sinds kort heeft hij er een taak bij: de begelei­ding van jonge profspelers. Een portret van een gewone man met een groot gevoel voor kleine dingen. 'Ik ben de barometer van Ajax.'

Hans van Vinkeveen


'De stratenmakers van de ge­meente zitten op een krukje. Dat moet van de verze­ke­ring. Wij lagen op onze knien met een stuk auto­band om tegen de reuma­tiek. Regende het, dan moest je de meters nader­hand inha­len.' Je ge­looft het bijna niet, maar er is een tijd geweest dat Sjaak Wolfs (68) geen materi­aalman van Ajax was. 'Ik kom uit een echt stratenma­kersge­zin.'
Hij doet niet geheimzinnig over zijn eenvoudige afkomst. 'Ik ben opge­groeid tussen de arbeiders, fijne mensen die met de handen hun centen moesten ver­dienen.' U zeggen of mene­ren hoeft niet tegen hem. Het zijn overbo­dige formali­teiten waaronder hij zich onge­mak­kelijk voelt. Zeg maar Sjaak, het maakt niet uit of je jong of oud bent.
Zijn ouderlijke huis stond in Oost, een 'heerlijke buurt', waaruit hij nooit is weggegaan. Sjaak was de jongste uit een gezin van zeven kinderen en neemt een voorbeeld aan zijn ouders. 'Grandioze mensen waren dat die ontzet­tend konden incasse­ren en ik nooit heb horen zeuren. Dat is mijn stimu­lans. Als ik het in mijn rug heb of moe bent, dan zeg ik tegen mezelf: wat ben je toch een sijbe­laar. En dan ga ik hup weer aan de slag.'
De generatie van zijn ouders verdient veel res­pect. 'Ze hebben het land na de oor­log om­hooggetild. De meesten zitten nu in tehuizen of liggen, we moeten het zachtjes zeg­gen, met K. Dat trek ik me aan, dat hebben die mensen niet ver­diend.' Ze worden te veel aan hun lot overgela­ten door hun kinde­ren, die allemaal de stad uit trekken. Wat zou hij graag willen, dat er meer naar de ouderen omgekeken werd.
Niet dat hij dit de jongeren kwalijk neemt. 'Ze groeien op in een bikkelharde samenleving. Er is weinig liefde meer tussen mensen. Hoe vaak vraagt ie­mand nog gemeend hoe het me je gaat? Doe je aardig, dan wordt het vreemd gevonden. Is je niet die rotblik opgevallen waarmee een heleboel mensen rondlo­pen? Het is net of ze el­kaars vijan­d zijn.

Dertig jaar geleden werd Sjaak gevraagd materiaalman van Ajax te worden. Nee, een trans­fer­som hoefde niet te worden betaald en er kwam geen zaakwaarnemer aan te pas. Er breekt een glim­lach door op zijn ge­zicht. 'Bij de club was er nul komma nul gulden, de centen kwamen nader­hand pas.' Sjaak was op dat moment fitter, 'ik laste en soldeerde buizen', bij de gemeentewaterleidingen. Het werk bij Ajax deed hij in het begin in de avonduren.
Het vak leerde hij in de prak­tijk. Sjaaks kennis van de schoennop is befaamd. Hij weet exact wat voor noppen op welk veld ge­schikt zijn. Bolle­tjes voor het mod­derveld van AZ, lage noppen voor een hard klei­veld. Hoge noppen voor de doelman en verde­digers ('om te kunnen kappen'), glijdende voor aanval­lers. Hoe nietig het ding ook is, een nop heeft een belang­rijke func­tie. Hij klopt op tafel om de boze geesten op een afstand te hou­den. 'Ik word nooit verrast door het weer, veld of materi­aalpech. Al die tijd heb ik geen blun­der ge­maakt.'
Er is nooit een camera bij, maar ook de materiaalmannen van de clubs overhandigen elkaar vaan­tjes. Sjaak beschouwt hen niet als tegenstander. 'Ik nodig ze in mijn hok met spullen uit. Krijgen ze een rond­lei­ding.' Soms gebeuren er andere dingen. Sjaak begint te lachen en maakt het gebaar van het achteroverslaan van een neutje. 'Dat was bij de mate­riaalman van Real Madrid. We zaten naast de bank­schroef te borrelen.'

Naast de zorg voor het materiaal heeft Sjaak een bij­zonde­re taak: de begeleiding van jonge profspelers. 'Ik leer ze manie­ren, zeg wat verkeerd is. Schoenen moeten netjes in de kast, de duiventil. Vergeet iemand goei­en­morgen te zeg­gen, dan krijgt hij dit te horen. Je bent geen stuk ijzer. Je hoort be­leefd te groeten, want dan hoor je bij elkaar. De jongens schelden net als de massa met afschuwe­lijke woorden als 'kanker' of 'tering'. Dan neem ik ze apart en waarschuw: "Dat zeg je nooit meer, anders stuur ik je weg. Want daar ster­ven mensen aan, het is de derde wereld­oorlog, die ziekte." Ik houd de maat­schappij buiten de kleed­kamer.'
Of de voetballerij menselijk is, ligt helemaal aan jezelf, vindt Sjaak. 'De jongens vinden het fijn als je vraagt hoe het met ze gaat. Dat je zegt: lekker dat je een eigen woning hebt. Of wat zie je er keurig uit. Dat straalt er toch bij ze in. Ze kunnen met hun zorgen bij me te­recht. Dan krij­gen ze een waarheid­ver­haal. Hoe ze hun geld uitgeven, moeten ze zelf weten. Ik zeg alleen: wees wijs. Een enkeling plaagt me wel eens met de opmerking: "Jij trekt de jongens uit het buiten­land voor.­" Dat is niet zo, maar die jongens zijn amper achttien jaar en dan zoveel mijlen van huis. Op mijn beurt heb ik aan de jongens veel steun. Ze houden je jong en net zo scherp als zij zelf moeten zijn.'
'Oudtrainer Rinus Michels, de generaal, vroeg altijd: "Hoe is het ermee Sjaak? Zeg maar niks, ik zie het al." Ik ben de baro­meter van Ajax. Aan mijn gezicht kun je zien of de sfeer goed of slecht is bij de club. Vallen de resul­taten tegen, krijgt een speler gemene kritiek of er veran­dert iets in de organisatie, dan kijk ik donker. Nee, mijn stem verheffen doe ik nooit, ik hou alles voor me.' Het zijn eigenschappen die een goede materiaal­man kenmerken: netheid, veel luiste­ren en nooit praten, altijd klaarstaan en jezelf weg­cij­feren.

Zijn trouw aan Ajax is onvoorwaardelijk. Toch zijn er af en toe dingen, die hij niet be­grijpt. Zoals de arrogantie en hard­vochtigheid van sommige mensen in de top. 'Er werd een werk­man, een fijne kracht, ontsla­gen. Die zat bij mij te hui­len. Of we raken een spe­ler kwijt. Ver­tellen ze in de krant een verhaal dat niet klopt. Dan denk ik: je breekt die per­soon. In plaats dat ze even langsko­men en vra­gen: Sjaak, wat weet jij hiervan? Op zulke momenten krijg je een deuk. We werken toch met elkaar in een be­drijf. Kom eens een keer in de kleedka­mer en geef de jongens een hand.'
Hij is natuurlijk maar de materiaalman, 'de onderste', al voelt hij dat zelf absoluut niet zo. 'Voor de sfeer ben ik belang­rijker dan de mensen aan de top. De jon­gens dwepen met me.' En niet alleen de spelers. Sjaak is onge­kend populair bij hetsupporterslegioen, vooral bij de F-side, de harde kern. 'Ze beledigen soms, maar het doet me pijn dat ze in kooien worden opgesloten.' Hij glundert als hij ver­telt hoe duizenden sup­por­ters zijn naam scandeerden. 'Van een materiaalman! Waar gebeurt dat in de wereld? Daar ben ik erg trots op. De aan­hang weet dat ik van de mensen hou.'
Rest een pijnlijke kwestie die zijn ge­zicht doet verkrampen: de periode na Ajax. 'Ja, de leegte, dat klinkt als een klok. Een man om van zijn pensioen te genie­ten ben ik niet. Ik wil geen ouwe vent worden die op de buren gaat letten.' Hij zou graag zijn interesse voor de mensen kwijt kunnen. En plannetje heeft hij al. 'Toen mijn broer in een be­jaar­dente­huis zat, ging ik gere­geld op visite. Dan kwamen de oudjes om zijn bed zitten en vertelde ik verhalen over het profvoetbal. Ze zaten stil als kleine kinde­ren te luisteren. Dat lijkt me wel wat als de tijd daar is: een praat­je houden in de tehuizen.'


Hans van Vinkeveen

 

terug